|
Vervolg SYRIË |
|
Bij het tetrapylon (foto rechts) maakt de oude hoofdstraat een kleine knik en loopt daarvandaan verder westwaarts naar de graftempel. Langs de hoofdstraat zijn verder onder andere de tempel van Nebo, de baden van Diocletianus, de Senaat en het Nymphaeum te zien. Het is heet, maar toch hebben we een paar uur nodig om dit alles goed in ons op te nemen. In de hoogte ligt ten westen van de ruïnes de burcht Qal´at Ibn Ma´an. Hiervandaan heb je een prachtig uitzicht over de stad. |
|
De volgende dag gaan we via een tussenstop in Musyaf naar Krak des Chevaliers, Qal´at Al-Husn (foto links). De heuvel waarop deze gigantische kruisvaardersburcht staat is een uitloper van het Ansariya-gebergte en overziet de Buqaya-vlakte. Deze burcht maakt het turbulente verblijf van de kruisvaarders heel tastbaar. Het is een doolhof van gangen, trappen, nissen en zalen en vormt een ideaal decor voor filmopnames. |
|
Het grootste monument in Palmyra is de Bel-tempel (foto´s rechts). |
|
De ´trouwauto´ brengt ons tot aan het marktstadje Ma´arat an-Nu´aman. Op 12 december 1098 hebben de kruisvaarders hier duizenden islamieten gedood. Wij worden uiterst vriendelijk in het kantoor van de busmaatschappij ontvangen. In het half uurtje dat we er zijn krijgen we koffie en een slush-puppie met citroensmaak. Voor 0,5 Euro brengt de bus ons naar Aleppo. Het verkeer in Aleppo is echt een chaos, veel vrouwen zijn hier westers gekleed en ook lopen er opvallend veel russen rond. Voor ons is de soek de absolute topper van deze stad (foto rechts). Kruiden, vlees, bruidsjurken, goud, echt van alles is er te krijgen. |





|
Voor deze Bel-tempel moet je een toegangskaartje kopen, maar dat moet je zeker doen! |

|
Na een rustdag in Hama gaan we in een zeer fraaie witte pontiac (hier in Nederland worden er fikse bedragen voor neergelegd als trouwauto) op weg naar het noorden. We bezoeken onderweg Qala´at Sheisar, de ruïnestad Apamea (foto rechts) en de ´dode steden´ Al-bara en Serjila (foto onder). Na Palmyra is Apamea Syrië´s belangrijkste ruïnestad uit de klassieke oudheid. De antieke hoofdstraat (cardo maximus) is zo´n 1,5 kilometer lang en is zeer fraai. |


|
Ooit moet dit een grote stad zijn geweest. De resten die nu nog te zien zijn dateren van na een aardbeving in 115 na Chr. De ´dode steden´ werden om een economische reden dode steden. Vanaf de 4e eeuw leefden deze dorpen van de export van olijfolie, die via Antiochië het hele Middellandse-Zeegebied bereikte. In de 7e eeuw kwam er grote politieke onrust, waardoor deze handel stagneerde. |
