|
Met het vliegtuig gaan we door naar Jinghong, een plaatsje vlakbij Laos en Viëtnam. In Jinghong gaan we met een busje richting jungle, op zoek naar wilde olifanten. Maar helaas, het enige wat we zien zijn torren, sprinkhanen, vlinders en andere insekten … én jawel, olifantenpoep! |







|
Vervolg CHINA De volgende dag gaan we maar op eigen houtje Kunming verkennen. We kopen Chinese casettebandjes (die ik eenmaal thuis nog kompleet 'zwart zal draaien'), eten een stuk zwarte bamboe en maken een leuke wandeling over de treinrails. Juist omdat dat in Nederland niet mag, is het zo grappig. De Chinezen begrijpen er echt niets van en vragen zich af of we misschien zwervers zijn … |
|
Met een slaapbus vertrekken we naar Lijiang. In Nederland zou het niet werken om twee 'wildvreemden' bij elkaar in een 2-persoonsbed te stoppen, waarvan het beddegoed nooit of in ieder geval heel weinig van verschoont zal worden. Hier in China is het echter een zeer groot succes … |
|
Al hobbelend brengen we de nacht door, soms kom je zowat vrij van je matras. Oordoppen zijn in dit soort situaties een 'must'.We hebben het geluk in Zoucheng in een file te belanden, voor Marjolein het moment om de Bai-minderheid in volle glorie op de plaatselijke markt te kunnen bewonderen. |
|
Eenmaal in Lijiang hebben we het uitzicht op besneeuwde bergtoppen. Niet zo gek als je je bedenkt dat Tibet slechts 180 km verderop ligt. Op de fiets proberen we de sneeuw van dichtbij te bekijken, helaas blijkt dat een ondoenlijke zaak. |
|
Oud-Lijiang blijkt het typische China te zijn, zoals we ons China nou hadden voorgesteld. Donkerrode/bruine scheef hangende deuren en ramen met de typisch Chinese glimmende daken. Het sprookjesachtige China bestaat dus écht nog! |