1
e2-e4;c7-c5 2 Pg1-f3;Pb8-c6 (zo ontstaat in veel Siciliaanse
partijen de z.g. Sveshnikov-variant)
3 d2-d4;c5xd4 4 Pf3xd4;a7-a6 (om in de Sveshnikov te
blijven had zwart beter 4 ….;Pf6 of 4 ….;e5 kunnen spelen. Nu
zou het richting Najdorf-variant kunnen gaan, maar dan staat het paard meestal
beter niet op c6) 5 Lc1-e3 (eigenlijk een afwachtende zet. Wit
houdt zich redelijk aan de openingsregels: ontwikkel eerst de paarden, dan de
lopers. Dus 5 Pc3 is ook goed);g7-g6 (nog weer een Siciliaanse
variant komt in beeld: de drakenvariant) 6 Pb1-c3;Lf8-g7 7
Dd1-d2 (voorbereiding voor de lange rochade en het – in bepaalde varianten
– elimineren van Lg7);d7-d6 8 Lf1-c4 (zo ontstaat de
Joegoslavische aanval van de drakenvariant. Volgens de schrijvers van een boek
hierover – Laszlo Sapi en Attila Schneider – brengt dit het schaken in z’n
meest bloeddorstige vorm! Beide spelers lanceren een rechtstreekse aanval op de
koning van hun tegenstander en het spel wordt een opwindende race om te zien
wiens aanval het eerste doorslaat);Pg8-f6 9 f2-f3 (om het paard
van g4 te houden);0-0 (zwart, die bekend staat als een
openingen-analfabeet, weet hier toch een zijvariant van een heel bekende opening
op het bord te brengen, zij het via een paar zetverwisselingen. Bovengenoemd
boek zegt over deze variant: de witte loper op c4 voorkomt de zet d6-d5 en
daarna flirt wit met de mogelijkheid tot een lange rochade. Vanuit hier kent het
spel een aantal prachtige combinaties en een vaak sensationeel mengsel van
positionele en tactische elementen, die, volgens de schrijvers, vele spelers zal
inspireren tot het spelen van de Draak) 10 0-0-0 (genoemde
zijvariant vervolgt met 10 Lb3, maar wit wil meteen, zoals onze
Oosterburen zeggen, “vom ersten Stoss an auf’s Matt”!);Lc8-d7 (nu
staan beide kampen klaar voor de aanval op beider koningsstelling. Wie komt het
eerste?!) 11 h2-h4 (wit heeft tenslotte de voorzet);h7-h5
(zwart houdt zich eerst even bezig met het voorkomen van wit’s aanval) 12
Le3-h6 (zoals gezegd: ten aanval);Kg8-h7? (dit is puur tempoverlies.
Het dwingt de witte loper alleen tot een directe verklaring. Veel beter is 12
….;Pe5 of zelfs 12 ….;Te8 om evt. Lh8 te kunnen spelen) 13
Lh6xg7;Kh7xg7 14 Dd2-g5 (dreigt Pf5+);Pc6-e5 15 Lc4-b3;
Ta8-c8 16 Pd4-f5+;Ld7xf5 (deze ruil is eigenlijk wel
verplicht, anders wordt Dh6 vervelend) 17 e4xf5; Tc8-c5 18
f5xg6!?! (zie diagram. Na het uitvoeren van deze zet zag wit het mogelijke
antwoord van zwart en kon hij wel door de grond gaan, maar analyse achteraf
leerde dat het toch niet zo’n vaart liep. Zwart kan hier nl.
18 ….;Pd3+ spelen, wat wit z’n dame kost. Maar er volgt 19
Txd3; Txg5 20 hxg5 en het zwarte paard heeft hier eigenlijk geen goede
velden, dus krijgt wit een toren en twee paarden voor z’n dame. En daarom
durfde zwart dit schaak ook niet aan, wat bij de analyse ook terecht bleek);f7xg6
(om met het paard terug te nemen is wel beter) 19 Dg5-e3 (met nog
kippenvel op z’n armen trok wit de dame terug naar de
be-trekkelijke veiligheid); Dd8-c7 20 Pc3-e4 (wit dreigt
natuurlijk Pg5);Pf6xe4 (dus eigenlijk wel verplicht) 21 De3xe4;Tf8-f6 22
Th1-e1;Pe5-c6 (wit staat dan wel beter, maar bij lange na zeker nog niet
gewonnen) 23 Td1-d5;e7-e5 (zwart deed deze zet vergezeld gaan van
een remiseaanbod, vanuit zijn gezichtspunt zeker begrijpelijk. Maar er zit
eigenlijk nog zo veel in de stelling, dus na enig nadenken slaat wit dit aanbod
af) 24 Td5xc5; d6xc5 25 De4-d5 (met dreigingen langs de
diagonaal a2-g8 en pion c5 hangt. Helaas voor hem onderschat zwart het gevaar);Dc7-e7??
(na bijv. 25 ….;Tf4 heeft zwart nog wel mogelijkheden, maar nu
…..) 26 Dd5-g8+;Kg7-h6 27 Dg8-h8+ en zwart geeft op, het
kost hem een volle toren. De enige zet is 27 ….;Dh7 en dan volgt 28
Dxf6.