J. Verzijden

Vrijdag 1 oktober  in de riante woning aan de Nieuweweg in Stellendam,onder het genot van koffie en een lekkere rabarbertaart laat ik Jan Verzijden vooral over zich zelf praten.Het is tenslotte tijd dat alle leden wat meer weten over onze leden en ik start met Jan. Jan Verzijden,geboren op 4-2-1940 ,getrouwd,2 kinderen (dochter en zoon) en na diverse omzwervingen blijven hangen in Stellendam,alwaar het hem goed bevalt. HBS,UTS (vergelijkbaar met de huidige MTS) HTS richting weg-en waterbouwkunde. Werkzaam geweest bij Bouwcentrum (onderzoek gedaan naar bouwphysica m.a.w. onderzoek naar bouwfouten door toepassing van verkeerde materialen),werkzaam geweest bij gemeente en het Rijk en tot voor kort werkzaam bij een woningbouwvereniging in Hellevoetsluis. 

Jan, hoe ben je met schaken in aanraking gekomen? 

Ik heb van mijn 7 jaar oudere broer rond mijn 10e jaar schaken geleerd. In het begin begon hij de partij met een paar stukken minder dan ik. Naar mate ik beter ging spelen,werd het een stuk minder,totdat we gelijkwaardig begonnen. Inmiddels schaken we nooit meer tegen elkaar,omdat ik nagenoeg altijd win. Op de Dalton-HBS te Rotterdam vertegenwoordigde ik op mijn 14e jaar (1955) het tweede team aan het eerste bord. Ik moest toen altijd tegen de beste schaker van de verschillende Mulo’s spelen e.e.a met wisselend succes. 

Sinds wanneer ben je lid van een club geworden en wat zijn je herinneringen uit die tijd?

Na een lange periode van geen schaken – ik voetbalde en postzegelde liever – werd ik 1972 lid van de schaakvereniging Papendrecht. Net als in deze vereniging zweefde ik in de middenmoot. Ik was daar wedstrijdleider met een lange en korte ij. Later werd ik vice-voorzitter en vervolgens voorzitter van die schaakvereniging. Het was een heel leuke tijd. Voor de jaarlijkse sportdag van Papendrecht organiseerde ik via schaakmakelaar Berry Withuis de openlucht schaaksimultaans met spelers als Donner,Bouwmeester,Langeweg en Withuis zelf. Op een keer moest ik met Bouwmeester en Langeweg overleggen wie de kloksimultaan en wie de gewone simultaan zou geven. Die twee mochten elkaar absoluut niet en ik kon niet met hen gezamenlijk overleggen. Ik moest toen al mijn diplomatieke kennis aanspreken om beide spelers aan het spelen te krijgen. De beste simultaanspeler in die tijd vond ik wel Donner,die als een razende tornado speelde,en zijn 45 tegenstanders in anderhalf uur wist te overwinnen. Slechts de besten wisten er soms een remise uit te slepen.

Beschrijf je eigen speelstijl eens. En waarom speel je zo?

Mijn speelstijl is aanvallend met te vaak te optimistische voortzettingen. Een afwachtende houding is niet mijn stijl. In de praktijk blijkt dat,als ik mij moet verdedigen,mij dit toch ook goed afgaat.

  Doe je wel eens aan theorie en/of speel je eigen partijen na?

Pas toen ik in 1972 lid werd van een schaakvereniging deed ik iets aan theorie. Ik opende toen altijd met e4. Later werd het d4 met de nodige agressieve – en oprukkende pionnen. Pas de laatste jaren verdiep ik me mbv mijn schaakcomputer in de openingen en speel ik mijn partijen na. Het verbaast me nu,dat ik vroeger,zonder dit hulpmiddel,een redelijk tot goed resultaat haalde.

(noot van redactie: Jan heeft een plank met leuke oude schaakboeken uit de Prisma reeks en leuke compacte openingsboeken)

 Heb je nog hobby’s buiten het schaken?

 Nu ik met de VUT ben doe ik veel aan computerspelletjes (Free cell) ,tuinieren (Jan heeft een grote diepe tuin van ca 1000m2),ik knap mijn huis op,fietsen,wandelen,stamboomonderzoek,kortom ik doe waar ik zin in heb. Voorts ben ik nog actief als voorzitter van de monumentencommissie van de vestinghaven Hellevoetsluis (als enige niet academicus),waar we vooral de cultuurhistorie van onze enige vestinghaven van Nederland bewaken. Ik leid daar maandelijks met veel enthousiasme de boeiende vergaderingen.

Jan, wat zijn je beste prestaties geweest?

Mijn 14e plaats bij het laatst gehouden kampioenschap van Goeree-Overflakkee met 32 deelnemers,en natuurlijk de promotie van mijn oude schaakclub Stellendam naar de 2e klasse RSB. Ik won toen de beslissende partij tegen onze naaste concurrent Barendrecht. In dat seizoen speelde ik in de RSB competitie mijn beste schaak.

Heb je spelers waar je bang voor bent om tegen te moeten spelen?

Ik ben van geen enkele speler bang. Misschien ben ik wel nerveuzer als ik tegen Willie Tanis-Koole moet spelen dan tegen Arie Baas. Ik ben wel nerveuzer voor een RSB wedstrijd omdat je de schaakkracht van je tegenstander niet kent. Ik ben een echte teamspeler al zeg ik het zelf,ik zal een minder staande stelling niet zo maar opgeven,maar eerder mijn rug nog is krommen voor een beter resultaat.

Tot slot Jan,wat vindt je van onze vereniging?

Uniek vind ik het feit dat we een dam-en schaakvereniging zijn. Ik maak me wel een beetje ongerust over het ledental bij de dammers. Daarnaast vind ik deze vereniging géén echte schaakvereniging en dat bedoel ik anders dan het klinkt; het zijn stuk voor stuk gezellige mensen die dat ook uitdragen. Ze zijn zeker niet wereldvreemd en al zeker geen individualisten. Dat ervaar ik allemaal als zéér positief. Nu hebben we ook nog een jong en dynamisch bestuur met een professionele wedstrijdleider (JS), goede en leuke verslagen in de pers (GJZ) waardoor deze vereniging positief wordt belicht,een daadkrachtige voorzitter (AdM) en dito penningmeester (WTK) en de stille kracht van de vereniging die ik in het zonnetje wil zetten is onze secretaris (FT) die ongelofelijk veel werk voor de vereniging doet. Zo meteen gaan we weer verder met de jeugd en ik zal ook mijn deel daar aan bij gaan dragen samen met anderen!!

Allerlaatste vraag Jan,wie wil je de volgende keer graag geïnterviewd willen hebben?

Ik wil dat de volgende keer Arie Baas voor het voetlicht komt. Een man met veel ervaring zowel qua schaken als het dagelijkse leven. Ben zéér benieuwd naar zijn verhaal.

Jan,bedankt voor de gastvrijheid en rondleiding het was me een waar genoegen.Tot achter het schaakboord vrienden en vriendinnen!

Klik hier voor andere interviews